Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 218 )~

fcunne Antipoden moeten vinden, dewijl ik het on* gefchiktfte fohepzel der waereld ben, om neen te zeggen , als ilt het voor ja honden moet. Gelukkig beeft de natuur eene Vrouw van mij gemaakt — want tot de andere Sex , had ik, met mijn charakter, nog minder gedeugd. In geene bediening Of collegie, waar toedemmende wezens noodig zijn, zou men mij hebben kunnen gebruiken , en, niettegenftaande ik van alle deze opgenoemde gebreken in mij zelve overruigd ben , kan ik maar niet befluiten , om daarvan af te zien , en revenge te nemen over diegenen , die mij lasteren, door , — in hunne afwezigheid, op eene haatelijke wijze, hunne planeet reciproque te lezen. Neemt deze uitweiding niet kwalijk, dit is zoo mijn echt fïokpaard;e, en als ik daar eens goed opzit, klim ik niet fchierlijk na beneden , en hier was ik zoo recht opgebragt door het lezen van het Vertoog, door mijn Neef gefchreven, dat Gij, mij dezen uitflap niet kwalijk kunt nemen. Maar, om ter zaak te komen , en ü de reden van mijn fchrijven te melden ; 'er

ligt mij eene zaak zwaar op bet hart! Daar

nu mijn Neef de kwaadfprekcnheid tot vreugd van allen, welke die ondeugd haaten , zoo heerlijk gefchetst, en mijne Nicht zoo wiislijk over de opvoeving geredeneerd heeft; (want Gij gelieft te weten, dat ze mij de eer gedaan heeft, dien Briefte Jaten lezen ) zal ik U mijne eigen belangen voordragen, en uwen raad vragen. —-

Mijne zwaarigheid is deze: Ik word, uit hoofde van «enig vermogen, da: mijne Ouders mij nalieten ,

door

Sluiten