Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

~C =3* le¬

vens, welke baar aanbevolen zijn. Het is onbillijk , dat de Man zich daarmede moeit, dat hij zaaken beoordeelt of openlijk berispt , waarvan hi; niet eens weten moest; dat hi-, zonder voorkennis der Vrouw , nieuwe fchikkingen in de huishouding maakt. — Van Mannen, die hunne Vrouwen voor niets meer, dan huishoudfters aanzien , en die dus van haar dezelfde gehoorzaamheid voor hunne bevelen, als van dezulken, verwachten, fpreke ik niet; voor hen is geen hulpmiddel, wanneer zij hunne huislijke rust bij zulk een onwaardig gedrag verloren hebben.

Hiertoe behoort nog : dat de Man doch nimmer zich vermaake , met de zwakheden zijner Gade in gezelfchap openbaar te maaken, met haar oubetaamlijk te befpotten, en dus aan een algemeen gelagch prijs te geven. Al heeft eene Vrouw haare bijzonderheden en gebreken, dan is het nog veel veritandiger, die te bedekken, dan door eene, zoo wanvoeglijke , tentoonftelling de rechtmaatige gevoeligheid en onwil bij de Vrouw gaande te maaken. Zullen de Echtgenooten in een gezelfchap geacht zijn, dan moeten zij zeiven, in elkander met wederkeerige achting te behandelen , daartoe den grond leggen.

Tot de daadlijke betooning van hoogachting rekene ik ook dit te behooren , dat de eene des anderen gezag bij de overige huisgenooten, Kinderen en Dienstboden , ftaande houdt. En dit is wel voornaamlijk der Mannen pligt. Want gewoonlijk is de ikcr des huizes , de vader des gezins van zelve

meest

Sluiten