Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—( 233 >

meest ontzien, en men waagt het minder, zijn gezag te fchenden; terwijl de Vrouw, welke fteeds met het huisgezin te doen heeft, en altijd onder haare Kinderen leeft, veel meer gevaar loopt, door den moedwil der Kinderen, of de onbefchoftheid der Dienstboden, in haar gezag gekrenkt, of gekwetst te worden. Alsdan moet de Man haar noodzaaklijk bijftaan , dan moet hij toonen, dat de beleediging zijner Vrouw beleediging van hem zeiven is , en haar dus weder in haar gefchonden gezag trachten te herftellen.

Zulk eene wederkeerige achting is ontwijfelbaar het zekerfte middel , om de huislijke rust te bewaaren. Want hoe oprechter ik eeu mensch waardeer, des te zorgvuldiger ben ik, hem de minfte beleediging niet aantedoen; des te meer bemoeie ik mij , zijne goedkeuring en genegenheid te winnen. Men lette Ilechts op de menfchen, die onderling in twist en tweedracht leeven, of zij elkander niet verachten, en of al hunne onrust niet meest uit gebrek vau de verfchuldigde achting van den een of anderen ontdaan zij. Veroorloft zich de Man, in tegenwoordigheid zijner Vrouw, eenige onwelvoeglijke vrijheden, rasch veroorloft hij zich , iets te doen, hetgeen wezenlijk beleedigend voor haar is; ten minften hij let 'er niet meer op , om zulks zorgvuldig te vermijden. En hoe ligt is dan de huislijke rust verbannen , als de Vrouw insgelijks haare gevoeligheid op zulke wijzen uit , waaröp men nimmer tegen menfchen zou te werk gaan , welken men waarlijk hoogacht ? Het punt van eer is in den mensch al Q 4 te

Sluiten