Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 240 )-

Nooit , nooit zal het huuwlijksleeven gelukkig zün , nooit zullen Echtgenooten in de uuren vari bitteren kommer aan elkander balzemrijken troost vinden , ais wederkeerige volmaaking hun gemeenfchaplijk doel niet is. Zonder dit zal zelfs hunne eendracht onmooglijk ftand houden. Slechts zotóig zullen zij onderling in Vrede leeven, als hun. ne onderfcheiden gebreken niet tegen elkander ftrijden, of hunne neigingen niet tegen elkander inlopen. En worden zulke menfchen eens ongelukkig , dan weten zij zich in geenen deele te vertroolten. De eeri verwijt den anderen ; hierdoor wordt hun toefhnd nog oneindig beklaaglijker, terwijl hun al die welgevestigde moed ontbreekt , waarmede braave Echtgenooten, die hunne volmaaking zich ten doel fielden, zich zeiven altijd weten te herlïellen.

Door wederkeerige volmaaking krijgt ook de huislijke rust onwankelbaarer gronden ; door haar ontflaat wederkeerige dankbaarheid. Steeds gevoelt deEchtgenoot het leevendiger , hoe dierbaar hem zijne wederhelft is , hoe hij, zonder haare liefderijke vermaaningen, zagtmoedige onderrichtingen, en hartelijke opwekkingen , nog geenszins zoo vrij van zijne gebreken zijn zou ; hoe hij, zonder haar, nog. min ijverig, min fhndvastig in de vervulling zijner pligten zou geweest zijn. Geduurig wordt hem de rust en het genoegen van zulk eene wederhelft dierbaarer, terwijl elke bejegening, welke haar edel hart zou kunnen krenken, hem afgrijslijker wordt. Alsdan eerst hebben zij beiden één doel ; alsdan eerst zijn zij beiden één hart en éiac ziel. Duizender-

leie

Sluiten