Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r-( v

Tlicniit blijkt, hoe ongelijk de voordduuring van eenen herftelbaaren fchijndood zijn moet , en hoe pnmooglijk het is, een algemeen tijdfh'p te bepaalen , na welks verloop men een lijk met zekerheid begraven kan. Dat het gewoonlijk tijdperk van twee of drie dagen veel te kort is , bewijzen de volgende gefchiedenisfen,in welken het leeven, eerst na zes pf zeven dagen, terugkeerde, en die dus , wegens hunne merkwaardigheid, omfiandigverdienen verhaald te worden.

Mijladij Russel , de Vrouw van een' Engekch Overiie, fcheen, volgends de klaarblijkliikfte reekenen, waarlijk geftorven: de tederheid en liefde van haaren Echtgenoot alleen bewaarde haar voor eene leeyende begraafnis. Hij wilde haar volftrekt niet verlaten, voordat de teekenen van rotting haaren dood bevestigden. Zeven dagen lang, lag zij in eene doodfiuimering , en toen eerst had haar getrouwe Echtvriend het pnuitfpreeklijk genoegen, van haar weder te zien ontwaaken , toen men in de bijgelegen Kerk de Klokken begon te luiden.

Nog merkwaardiger is het voorbeeld van de Vrouw eens Hoogleeraars te Tubingen , welk ons de Heer C a m e r e r mededeelt. Deze Vrouw, welke aan zenuwtoevallen fterk onderhevig was, fchrikte, in de zesde maand van haare zwangerheid, zoo hevig, dat zij de geweldigfte ftuiptrekkingen kreeg , en vier uuren daarna overleed. Twee beroemde Geneesheeren, Gamerarius en Maijchart, benevens nog drie anderen, moesten zeiven toeftemmen, dat'ergeeae blijk van leeven meer overig was. Geene de

Sluiten