Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—r 266 >

Het is derhalve onze eerfte en voornaamfte zorg, dat wij het onfchatbaar fpreekvermogen geenszins tot vermindering, maar alleen tot vermeerdering en uitbreiding van Gods eer gebruiken. ?t Is waar, Gods eer kan eigenlijk door niemand verminderd worden : zij wordt door eeuwige bewijzen uitgebreid en bevestigd. En fchoon wij allen zwegen , of de ganfche redenlijke Schepping zich vereenig' de , om zich aan den dienst des Onzichtbaren te onttrekken, zouden echter nog altijd de Hemelen Gods eer vertellen , en het tiitfpanzel Deszelfs handenwerk verkondigen.

De mensch echter kan, wanneer bij, door ftrafbaiTe, ligtzinnige , roekelooze redenen , het ^oede als kwaad , en het kwaade als goed doet voorkomen , in zekerenzin, den blijden en gelukkigmaakenden eerbied voor het hoogfte en heiligfte Wezen, in zijne eigen en in anderer zielen verminderen. En doet bij d t ; dan zinkt hij , ten aanzien van zijne eigen waarde en zijne eigen gelukzaligheid, diep neder.

Een redenlijk Schepzel moet immer de gedachten aan zijnen Schepper bij zich leevendig' houden , moet immer in Zijne vrees en liefde wandelen. Willen wij derhalve onze waarde als Menfchen verdedigen, en hoogachting voor Gods heilige verordeningen in onze en anderer harten bewaaren , dan moeten wij datgeen fpreken , welk eerbied en liefde voor God bij ons en onze Medemenfchen kan verwekken en aankweeken , datgeen, welk onze jrodsdieaftig» kennis uitbreiden en voimaaken, deugd-

zaa-

Sluiten