Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—(268 )—

dat hij veel kwaads, veel ondeugends fpreekt. En ten dezen aanzien is het ook alleszins waar , hetgeen de heilige Schrijver zegt: de tong is een kleen lid en roemt , of verricht , nogthands grtote dingen ; zij befmet het geheele ligchaam, of ftoort ons gansch geluk. Dan eens legt de mensch , door zijn geftadig gefnap, de zwakheid en boosaardigheid van zijn eigen hart bloot, en wordt dus een verraader van zichzelven. Dan eens wikkelt hij zich, door zijne onbedachte redenen, in onaangenaamheden, waaruit hij Zich, met all'zijn veritand, niet weet te redden, enftelt zich aan verandwoording bloot, waarbij zijne eer en zijne welvaart lijden. En dan eens veroorzaakt hij zichzei ven den bitterften haat en de hevigfle, de onverzoenlijkfte vijandfchap van anderen.

Zo onteert , zo vernedert de Mensch zichzelven: _ zo gebruikt hij een gefchenk van God, welk hem tot zijn geluk verleend werd, tot zijn verderf. Dat wij daartegen, bedachtzaam en wijs handelen — datgeen fpreken , wat onze denkbeelden ontwikkelt, onze grondftellingen bevestigt, en onze gezindheden veredelt: — datgeen fprekeu, wat onze ziel verheft, en ons hart voor betaamlijke vreugde ftemt : datgeen , wat ons bij onze medemenfchen eer , hoogachting en liefde verwerft! — dan zullen wii onze waarde handhaaven , ons geluk uitbreiden en bevestigen.

Laten wij zorgen , dat wij, wel verr' van door het onfchatbaar fpreekvermogen, de welvaart onzer naaften te ondermijnen en te verhinderen , dezelve alleszins trachten te bevorderen. Wij kunnen door

gee-

Sluiten