Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal het mistrouwen van hunnen Heer door duizenderleie kunstgreepen en kabaaien weten te onderhouden, en de Regent zal, ten laatfte, Lieden volgen, welken hij toch niet geheel vertrouwt.

Het is zeker zeer natuur ijk, datLieden, die, een zeer wijden kring van werking hebbende , gelijk de meeste grooten, van natuure goedhartig zijn, en zich wegens de menigte hunner bezigheden en vermaaken aan veele Menfchen, op goed geluk, toevertrouwen moeten, oneindig meerder, dan anderen , misleid worden. Overal hooren zij fpreken van warmen dienstijver voor hunne hooge I-erfoon, van onderdaanrgen plicht en verbindtenisfe , van het bevorderen van het belang van hunnen Heer, met lijf en ziele; iederwilzich voor hem opofferen, en, vervolgends ziet de goedhartige, bedrogen Vorst, dat al dat gefnap niets anders, dan eene nietsbeteekenende hoftaal was, en dat zij, die den grootften dienstijver voorwenden, dikwijls juist de onnutften, langzaamiten en ondienstvaardigften zijner Dienaaren ziin. Bovendien worden zelden weldaaden zoo groo'lijks misbruikt, als die, welken een groot Heer uitdeelt. De ontvangers dier weldaaden worden naderhand doorgaands ondankbaar; willen van den Vorst altijd nog meêr hebben, en kunnen zij het verzogte niet bekomen, dan maaken zij het, met eere gefproken , gelijk de flraatbedelaars, die hunne Weldoeners belasteren , wanneer zij, naar hunne meening, niet genoeg ontvangen hebben. Het komt mij zoo vóór, dat de ondankbaarheid der Dienaaren jegens groote Heeren veelal daar van daan komt , omdat men gelooft, dat het aan dezen niet X 3 veel

Sluiten