Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 305 )-

(Zevende Brief.) Beste Kind!

Ik was dan van voornemen , U met opzicht tot het voedzel van uwen Kleenen, eenige aanwijzing te doen. Mijne voorfchritten zijn waarlijk, niet op ïniin kamer bedacht, of uit boeken alleen gehaald: maar yusten op eigen onderv.nding.

Ik deed eens een reisje naar mijnen lieven vriend B- Hij maakte mij aan een huis bekend , hetwelk mij door deszelfs verflaudige inrichting allerdierbaarst werd, en aan U , wat de opvoeding der Kinderen betreft, wel tot een voorbeeld mag aanbevoien worden , daar de gelukkige gevolgen omtrend de Kinderen hetzelve ten allerfterkfte aanprijzen. Üe Heer M* beeft zes Kinderen , en nog nooit één door den dood verloren allen zijn zij zoo gezond als herten , zoo bloozeud als roofen , en ter deeg vast:

meer

(*) Dit groot geluk van den Ha. M* is zeker wel eene aanprijzing van zijne wijze van opvoeden, maar moet niet als een altijd doorgaand gevolg daarvan worden opgegeven. In weerwil van de grootfte zorgvuldigheid omtrend voedzel en op. ■voeding , van de gemoedelijkfte waakzaamheid van Moeder en Kin-ierrneiden , derven 'er doch veele Kinderen. — Kan een zwakke Vader , of zieklijkc Moeder, kunnen ongetoomde driften en fterke hartstochten in de zwangerheid, heerfchende ziekten, ongezond weêc enz. niet eenen onvcrwach.en dood van het Kind veroorznaken, in weerwil van alle, wel in acht genomen, voorfchritten eener veritandige opvoeding? Hoe weinig helpt vaak de kunst dér bekwaamde Aftfên bij het tanden kri.i: gen , de Kinderziekte, enz. ?

Sluiten