Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 3'o8 )-

mond, en nimmer onderwinden mijne dienstboden, bun iets voor te kaauwen."

Dit is, Bitgeen ik Uf Heve Amelm, te -zegge* had. Ik twiifei niet, of deze korte aanwijzing zal u aangenaam zijn, en hoope, dat gij ze, Zorasch mooglijk, werkltellig zult maaken.

Mijn volgende brief zal U, ten flot, over het fïuk van voeding mime overige aanmerkingen mededeelen. Vaarwel! Ik ben enz.

CAgtste Brief.) Waar de Amelia!

Ik moet U nog eens aan het huis van den Heer M* brengen, alwaar ik geloove, dat Gij omtrend den leefregel van ouder Kinderen zelve nog veel goeds ieeren zult.

Terwijl ik, in mijn reeds verhaald bezoek , met Mevrouw M*. nog fprak over den moederplicht, om de lieve Kleenen , zoveel mooglijk , zelve te fpijzen, en op hun voedzel alleroplettendst te zijn kwamen 'er vijf Kinderen de kamer in , die mij door hunne welgemanierdheid, fchoon maakze!, en zichtbaare gezondheid, waarlijk opgetogen hielden.

Als Gij, lief jong Wijfje! mij nog eens — fpaart God mij het leeven — een kleenen rei van zulke naneeven geeven kunt, hoe gelukkig zult Gij mij dan niet maaken , en hoe zal ik U dan niet zegenen !

Hief

Sluiten