Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 3=9 )-

A. Wel Heer, neen, Mevrouw! Men heeft immerï niets aan al dat verhuizen.

Ik, Nu, Kind! als U dit ernst is, dan zuiien wij het wel ééns worden. Ik heb ook niet gaarn eene Dienstmeid of vier in één jaar: dit zult Gij wel van mij gehoord hebben. Was de eerfte niet geftorven, en waren mijne twee anderen niet getrouwd, ik geloof, dat ik ze nog zoude hebben. Gedraag TJ maar wel, en Gij zult het ook wel bij mij hebben. Ik Zou U wel zeggen, dat ik in het geheel geen babbelachtigheid, oneerlijkheid, onachtzaamheid, en dergelijke lijden mag; maar dat zal niet eens noodig zijn, daar Gij zoo dwaas niet fchijnt, of Gij zult dit zelve wel begrijpen. Hoe oud zijt Gij? A. Vijfentwintig jaar.

Ik. Nu dan kunt Gij zelve wel nagaan, wat men gaarn heeft, of niet. Ik zal het daarom aan uw et. gen geweten overlaten , hoe Gij het maaken zult. Zoo flecht zult Gij wel niet wezen , dat Gij mij

opzetlijk misnoegen zoudt willen geven. jjw

werk zal niet te zwaar zijn , als Gij zelve maar oppast, om'er altijd orde in te houden. — Ik za! tj zeggen, hoe mijne voorigen het gewoon waren. Des' morgens enz.

Zie , mijn' Dochter , dus pleegde ik, zo als Gij weet, te bandelen : voor het overige zijn mijne grondftellingen altijd het tegenovergeffelde geweest van Mevrouw E*. Zij waren hoofdzaakiijk dezen:

De Heer en Vrouw moeten door zachtzinnigs ënderrichtlngen, goede voorbeelden, en op alle moog-

Z 2 ÜJh

Sluiten