Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

~C 346" )-

zen: terwijl Her fpeelzucht , trotsheid, ijdelheid , gierigheid, en zucht tot misleiding geen fterker voedzel verfchaft kan worden. Wij verheugen ons , Mevrouw, dat Gij verftands en raoeds genoeg bezit , om het geweld der mode te wederfireeven , daar zij eene bron wordt van zedenlijk verderf. Hoe gaarn zullen wij vernemen, dat ook andere Moeders, andere Ouders of Opvoeders, die het totnogtoe gedoogden , zonder de fchaadlijltheid daarvan intezien, van hunne nalatigheid teruggebragt en tot beter beginzelen overreed zijn geworden ? Wij behoeven U niet te bidden, Mevrouw, dat Gij, in den kring uwer Vrienden en Vriendinnen, ter herftellinge hiervan zult ijveren. De zaak is ernftig: zij verdient de medewerking van ieder welmeenenden. Gij zult dus, wenfehen wij, uwe poogingen niet geheel vruchteloos aanwenden, maar met een gelukkig gevolg bekroond zien , en uw voorbeeld za? ook voor anderen ter opwekkinge dienen. — Maar, nu blijft de groote vraag, wat hiervoor in de plaats gefteld? — Uwe aanmerking, Mevrouw, nopens het danfen, is, over het algemeen genomen , naar onze gedachten zeer gegrond; verfcheiden Geneeskundigen hebben wij reeds meermaalen booren aanmerken, dat het danfen, voor zo ver het dienen kan, om een goed poftuur, eene bevallige houding, te vormen, nuttig; maar , voor het overige , als kunst befchouwd , voor de tegenwoordige geftellen fchaadlijk, ten uiterften fchaadlijk is, en dus is ook zulk eene bezigheid , geduurende eenen geheelen avond, volftrektlijk aftefeeuren.

Maar,

Sluiten