Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 353 )-"

Jooden en Arabiers uitgezonderd, onderfcheiden in verknochtheid aan datgene , hetwelk voormaals plaats had. Zonder ons intelaten , of de heerfchende zucht, om geld te winnen , dan wel de zwaarmoedige dampkring , of andere redenen het gros der Nederlanders weérhouden, van hunnen geest optebeuren boven het gebrekkige der inftellingen van onze aloude Voorzaaten, verklaaren wij ronduit, dat hetzelve nergends meer zichtbaar is, dan in de oude manier, om de Jeugd tot de wetenfchappen opteleiden.

Drie eeuwen en weinig verder terugziende, befpeuren wij , dat alle voorgaande wetenfchap was uitgeftorven , behalven bij de Grieken , in Conflantinopel en de Arabieren in Spanje. De laatftén ftrekten aan eenige weinige leergierigen van andere landen tot leermeefters in de Wiskunst en Ariftotelifche Natuurkunde, welke in het overig Europa voor toverij gehouden wierd. Eenige Grieken kwamen eindelijk naar Italien over, en bragten den fmaak mede voor de fGhriften der oude Grieken. Toen hunne leerlingen derzelver verhevenheid boven laater fchrijvers ontdekten, begon men flraks de Romeinfche fchrijvers mede voor den dag te haaien uit de fchuilhoeken, waarin de Monniken dezelven, zederd eeuwen, verfcholen hadden. IJllings en met de grootfte redenen, verachtte men al het laatere in tegenoverftelling van de gedenkftukken der ouden ; dezen werden aangemerkt als de eenige bronnen , waaruit de waare wijsheid geput moest worden , en hierom niet alleen, maar tevenj, omdat der Paufen

ftaat-

Sluiten