Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IX.

op den DOOD van een

BEMINLIJK MEISJE N.

{Fan Qüita, een Ponugeesch Dichter.)

Des doods metaalen hand, met bleeke mirthen omwonden, Brak de rooze der fchoonh.-id, die fchoon, vol wellust, ontwikkeld,

Den vroegen zomer verkondigde! — Phijllis ftierfl

En donker was dat Licht, 't welk eens de Herren befchaamdc,

Melodie en harmonie verdween Van uit de item der oude fnaarenfpelers; ê Weent Gij , Nijmfen dezes velds en wikkel:

Cijpresfen om uwen blonden kruin.

Gij

Sluiten