Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 415 )—

de , dan de hand des tijds ooi: in den hoogften ouderdom doet. Het arme Meisje had nimmer een vrolijk uur. Hier trouwde een' haarer fpeelnootjes een rijk Man , daar kreeg haar Nichtje een nieuw kleed. Deze kwam aan een fchoon legaat; gene was gelukkig in de Loterij. Dit alles mogt andere menfchen weinig kunnen verfchillen. Bette kwelde zulks grievend. Niet zelden liet zij het zich ontvallen, dat zij niet éénen nacht gerust bad geflapen, zinds haare voorige vriendin in een dubbeld huis op de Heerengracht was gaan woonen. Toen het laatst zwaar weder was , wist zii , in weerwil van haaren angst voor den donder , zich nog te verheugen, in de vei wachting , dat Goo nu eens met zijn vuur dat huis, dat nest van zondigen hoogmoed, treffen , en deszelfs trotfche bewooners vernederen zou: doch ook deze Christlijke wensch bleef onvervuld. Onmooglijk kon Bette, door haare Moeder zoo rampzalig bedorven, het lang in eene waereld uithouden , waarin zij zoo veele gelukkige , vrolijke , en vergenoegde menfchen dagelijks zien moest.

Zij flierf aan de teering, in den ouderdom van twee-en-twintig jaaren , en vier maanden.

Al het genoegen, hetgeen zij, in haar verkort, ongelukkig leeven, nog had gefmaakt, was de vreugde geweest over de rampen, welke anderen of met, of zonder hunne fchuld , waren overgekomen.

Toen haare Nicht, welker aanzienlijk huuwlijk haarer Moeder den dood had aangedaan , Weuuwe werd, ontlook haar gezicht nog eens van helfcne vreugde.

Ee 5 De

Sluiten