Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 451 >

ó Wat waren die oogenblikken zalig ! Wat ge* noegens gaven ze ons in onze fterflijkheid , en welk eene ftreelende hoop op de onsterflijkheid ! Mijne lieve gade was van dezelve geheel doordrongen. Het was haare aangenaamfte bezigheid , aan dezelve te gedenken , en van dezelve te fpreken. En nu weet zij meer, dan ik , wat het te zeggen is , onfterfliik te zijn , terwijl ik zugtende en klaagende agter blijve. Ik ooge haar, nu -eens met verrukking en ontroering , en dan eens met rood bekreten oogen, na. Gij weet , hoe Christelijk zij geleefd en geftorven is (*> Zij behoefde zich van

niets

(*) Ik heb dit aan eenigen mijner vrienden door den volgende Brief bekend gemaakt , en oordeelde het niet geheel nutteloos te zijn, om denzelven, als zijnde in zeer weinijje handen, hier te laten volgen.

Mijn Vriend !

Nimmer konde mij in dit leeven gevoeliger flag treffen, dan. die, welke mij , gister namiddag tên vier uuren, is te beurt gevallen , daar het den grooten Albeltuurer behaagd heeft , mijne dierbaare Huisvrouw, in den ouderdom van bijna 50 jaaren van de aarde opteëifchen , en dus onzen een-en-tvvintigjaarigen Echt te ontbinden , en nimmer gevoelde ik meer goddelijke vertroosting, en de invloeden van Herkende genade meer rioodigte hebben, dan in deze hartroerende oogenblikken.

Htbefchrei eene Wederhelfte , welke, door haare zachtaardige gemoedsgciteldheid, bevallige verkeering, fneeuwwitte oprechtheid, weltevredenheid en bemoediging in onaangenaame en zomtijds grievende wederwaardigheden , welke ons drukten , edelaardige der.kmize , en bovenal door haare recht Christelijke deugd en zedige Godvrucht, mij geduurig ten goede verftrekte op het fpoor ten eeuwigen leeven.

Ut

Sluiten