Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 450 )-

voel der zodanigen! .... Daar lag mijn lieve zielsvriendin, de wellust, mijner dagen, de kroon mijner eere , de opbeurfter mijner verflagenheid , het voorwerp van mijnen lof, en mijner dankzeggingen aan God, daar lag zij , uitgefirekr, ver«magerd , uitgeteerd, afgemat, zoo zwak, dat zij zich zonder behulp naauwlijks konde bewegen, zoo zwak, dat de minfte fluiftering zelfs haar hinderde; nog eens , zoo zwak, dat zij niet konde fpreken, noch hooien fpreken , daar lag zij , met half geopende oogen, en zag mij , zoo dikwerf ik mijne traanen verbergde, terwijl ik haaren lieven mond kuschte, roerloos aan, en hoorde mij haar van mijne eeuwige liefde verzekeren , en dat het mijn eenige hartelijke wensch was, om, als het God behaagde, haar fpoedigi zeer fpoedig te volgen. En alles wat zij ter beandwoording hiervan doen kon , was , door handrukking en een flaauwe kusch van bijna dervende lippen, mij insgelijks van haare eeuwige liefde te verzekeren. Aan haare uiterlijke houding te zien, was zij in eene geduurige biddende geftalte, heffende menigwerf haare gevouwen handen omhoog. Zij fcheen hoe langer zoo ongevoeliger voor de pijnigingen der koortfe te worden. Zij behield, tot de laatfte oogenblikken haares leevens , haar redenlijk zielsvermogen. Van allen, die haar omringden , bleef ik de eenige , om wien zij tot toeknikking en handdrukking zich vermoeide. Zij heeft twee dagen en twee nachten in dezen toefland doorgebragt. Zij gaf des Donderdags namiddag den geest , en begon des Woensdags avonds Hh 3 reed|

Sluiten