Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 463 )-

ingwerf, niet te zullen kunnen overleeven. En , dat alles voldingt, zij is zalig geftorven , zoo zalig, als ik wensch te derven.

ó Zalige ziel! zo 't waarheid is , dat 'er geeften zijn, die om ons waaren, en aan de bovenmaanfche geeden bericht brengen van den toedand, waarin de aardbewooners zijn , dan is ook U bekend , dat mijne liefde omtrend U niet is verkoeld; dat zij derkeris, dan de dood; dat ik U eeuwig blijf beminnen. En mijne gewaarwordingen bevestigen mij omtrend U, dat Gij getrouw zijt aan uwe beloften, om geduurig aan mij te denken, totdat wij elkander zouden wederzien. 6 Dat de bode des doods jn dit uur toetrad en zeide: „ Mensch I bedel uw huis, want Gij zult derven!" Ik zoude hem andwoorden: „ ik ben bereid ! ó Heere ! kom haadelijk! Vader! in uwe handen beveel ik mijnen Geest!" — Ik heb in dit Gefchrift aan den eisch der vriendfehap trachten te voldoen, en terwijl ik de pen nederlegge, betuig ik, mijn hart ligter te gevoelen. — — Mogten mijne overdenkingen ook nog troostrijk zijn voor anderen!

Hhs VIII.

Sluiten