Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 476}

„ Zekere aanzienlijke Dame, nog in den bloei „ baarer jaaren, bad, geduunnde haare eerde zwan-

geroeid, de dwaaze verbeelding opgevat, dat zij „ in haaren eerften kraam gewislijk fterven zou , j, omdat haare Moeder ook alzoo geftorven was. ,, Zj bleef voords gezond, en haare verlosfing was „ allervoorfpoedigst. Dan , dechts weinige uuren „ na de verlosfing. kreeg zij eene hevige beroerte, „ welke, ondanks alle de middelen, door twee zeer H ervaren Geneesheeren aangewend, bleef voordduu>, ren , totdat zij op den derden dag overleed. De „ Geneesheeren onderzogten naauwkeurig alles, dat

vóór , bij en na de verlosfing had plaats gehad, „ en konden echter geene andere oorzaak van haaien dood ontdekken, dan haare inbeelding, en „ de daaruit voordgekomen vrees voor den dood," (f)

4-

„ Zekere Boerin werd door eene bedelaarfter om ,, een almoes gevraagd, welke zij echter weigerde te ï' geven- — „ ,, Wel nu,"" hernam daarop de Be„ delaarder, „ „ daar gij zoo gierig zijt, moetik » » u zeggen, dat , gij , binnen den tijd van zes ,, ,, maanden , zeer zeker fterven zult."" — De „ Boerin werd over dit gezegde zoo geweldig ont„ roerd , dat bet denkbeeld dezer droevige voor„ zegging baar altijd voor den geest zweefde ; zij

„ werd

(t) In hetzelfde werk, ad An. H. obf. CXXXVII, p. su.

Sluiten