Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

~C 495 )-

2u!k een beperkt verfland bepaald heeft. — Dus leeft en zweeft de ftijve Jurist in zijn Corpus Juris. Naar zijn begrip , is elk een domkop , die Zijn hoofd niet vol Romeinfche wetten heeft. Naar zijne grondflelling, fteekt elk een ingewijden neus in Horatius, die met geene rechtsgeleerde oogen deszelfs Odes inziet, en zonder j usxi« i a a n in de hand aan zijne Ars po'ticj denken wil.

Een geestlijke Piïdant kan hij ni.'t heeten, die zich verbeeldt , dat zekere onderfchei iende dracht en houding zoowel den geestlijken rtand moet kenmerken , als alle de overige onderfcheide ftar.den in het burgerlijke leeven; en vast gelooft, dat een Leeraar zich van verfcheide ruifchende vermaaken , waarin de maatigheid allerbezwasrliikst is , onthouden moet: maar hij is een Pedant , die alle genoegen , alle onfchuldig vermaak , en vrolijke fcherts uit den kring wil verbannen , waarin hij verfchijnt, die ftaande houdt, dat een zielzorger , in het koelst van den zomer , zonder een grooten , Jangen mantel, niet gaan mag , en de heiligheid zijnes Ambts alleen in eenen grooten pastoralen drieling zichtbaar is , terwijl hij fterk beweert, dat de zuivere rechtzinnigheid der leer onder eene groote , zwarte, paarden- en bokken - haairige, periodieke paruik kan gekoellerd worden.

Een Pedant in den Soldaatenjland'is die Overfte niet , die alle , ook de geringde , militaire voorfchriften zorgvuldig wil uitgevoerd hebben , wetende, hoe noodig in zijnen ftand de fubordinatie zij , en dat het geluk van eene geheele armée in het LI 3 veld,

Sluiten