Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 497 )-

jaagt bij elk zijner bekenden, die hij weet:, dat ilechts wat verkouden is ; die de regels natelt» waaruit de brieven, welken hij ontvangt, beftaan., om met even zooveelen dezelven te beandwoorden.

Ziet hem voor geenen Pedant in zuiverheid van taal-nm, die, overtuigd, dat het grootste gedeelte van verkeerde denkbeelden uit verkeerde uitdrukkingen ontftaat, dat men zich, met even veel moeite, gewennen kan, alle zaaken bij derzelver juiste naamen, als kwaalijk, te noemen; dat, wanneer men dezelfde zakken met Hollandfche woorden zeggen kan, men daartoe geene bastaard woorden behoeft te gebruiken, altijd de regelen des zuiverden taal-gebruiks in zijne brieven, gefprekken enz. zorgvuldig in acht neemt: maar wel dien lettervitter, die zijne ooren toeftopt, om de taalfouten in het roepen van de klap- of ratel-wacht niet te booren ; die de fchoonfte redevoering onbarmhartig veroordeelt, omdat de redenaar, door drift vervoerd , zich eens in het gedacht vergiste; en zelf zich voor anderen onverftaanbaar maakt door alle vreemde, -ontleende woorden opzetlijk te ■Willen verduitfchen.

De geneesheer, die , wel verzekerd van de zoort •en bron eener ziekte , en van de kracht zijner geneesmiddelen , zich door niets " ter waereld laat afbrengen Van derzelver beftendig gebruik, en in den voorgefchreven leefregel g'eene de minfte toegevendheid betoont, die zich daarbij weinig aan het gefnap 'van onwetenden, aan de vraagen en tegenwerpingen "van eigenwijze weetnieten bekreunt, is geenszins LI 4 «en

Sluiten