Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 512 >

darmede zullen mijne paedagogifche brieven eoq einde nemen. Doch deze mogt te lang worden , hierover dan in mijnen Iaatften. Vaarwel! Ik beneem,

(Veertiende Brief.)

Lieve Kind?

Ik hebbe U al meermaalen gezegd, dat men d« Kinderen aan alles gewennen kan : dit is ook waar omtrend öe kleeding. 'Er zijn plaatfen , waar de menfchen drie , vier Kamizoolen over elkander aantrekken, twee paar kouzen dragen, enz. en we* der anderen , zelfs koude flreeken , waar de menfchen naakt gaan. Beide zijn uiterïïen , dien wij niet behoeven naartevolgen, doch waaruit men ziet, dat de kleeding ilechts eene gewoonte is. Als Gij den wilden in pelfen, in laken , en leder fleken wildet, Gij zoudt hem kwellen , terwijl Gij eenen ' anderen ziek zoudt maaken, als Gij hem zijn baaie bostrok afnaamt. Hieruit vloeit deze regel, dat men , van het eerfte begin af, eene goede keuze van kleeding voor de Kinderen doen moet.

Gezond, gemaklijk , en goedkoop, zie daar de drie hoofdeigenfchappen , die bij deze keuze moeten in het oog gehouden worden.

Zinds men de Engelfche mode volgt , is men ze* ker hierin al vrij wat gevorderd. De Frifeur plaagt nu den kleenen jongen Heer niet meer. Mama behoeft hem nu niet meer over het flordig zitten van zijn ftrop te berispen. Zijne geheele kleeding is gefchikter en gemaklijker voor zijnen ouderdom ge-

wor- '

Sluiten