Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 53i )-

den aanvang dier zitting het onderzoek zoude vernieuwen.

In het Hoogerhuit was de zaak nog niet op het tapijt gebragt. Lord Hawkesburij was hier de Advokaat der Negen en bad , met onvermoeide vlijt, de onderzoekingen en verhooren der getuigen dag en nacht bijgewoond. Zijne meening was , na het rijpst overleg, dat de flaavenhandel , onder zekere bepaalingen, konde voordgezet worden en wel op eene wijze, waardoor de handel der Britten be-* vorderd wierd , zonder der menschlijkbeid fchande aantedoen.

Behalven deze werkzaamheden aangaande den Slaavenhandel, zettedehetGenootfcbap ter vernietiging van dezen handel onvermoeid zijne pogingen, ter bereikinge van dit oogmerk , voord. De Leden lchreven aan Necrer , te Parys, om in Frankrijk mede de affchaffing des flaav'enhandcls te bewerken ; dan, Necker andwoordde , dat het belang der Franfche bezittingen in de Westindün met dit oogmerk ftreed , en dat alles, wat men, voor als nog, in deze zaak doen konde, zich bepaalde op goede wetten ter beter behandeling der Slaaven.

Dus bleef dan, geduurende deze zitting van het Parlement, de zaak der ongelukkige Slaaven gansch en al onbeflist. Het was vervolgends op den xy^éeé van April dezes Jaars 1791 , dat de zaak bij het Huis der Gemeenten op nieuws ter baan kwam, en nimmer mogelijk heeft men Menschlievendbeid en Eigenbaat, met kracht van redenen, elkander zoo fterk zien

we-

Sluiten