Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar droefgeestig geliat. Haar befluit wis , omte« komen, of de, klaauwen van het wellustig roofdier 4 weik haar vervolgde, te ontvluchten. Dit beminlijk fchepfel werd van Z urn eb genoemd Masamaï, dat is , dauw - droppen van den morgen. Zij was dö beminde van hem. wien zij in haar hart verachtte. Maar gelooft niet, dat Zerneb, die aan zijne beminde zulk een tederen , welgekozen naam wist te geven , in zijne verkeering met haar, een everi fijn en kiesch gevoel voor haare bevalligheden of goeden fmaak in de keus van haar onderhoud betoonde. De grilligfte juimen , die zijn hart altijd dwingend flingerden , maakten hem tot den ongefchiktlten minnaar voor Masamaï. Zijn geliefdst fpeeltuig was de trommel; deze moest Masamaï voor hem flaan, en hoe ratelender en verdoovender de roffel was, dien zij floeg, zoo veelte harmonifcher' ftreelde het onaangenaam geluid van dat wanluidend fpeeltuig ziin eigenzinnig oor. Met moet doch erkennen , zeide hij dan, dat geen fpeeltuig deze verrukkende , zwellende , majèftueufe tobnen overtrefr. Masamaï' glimlachte dan eens, fh weerwil van ha-ren afkeer over zijnen fmaak , die even grillig in de toonkunst, als in de liefde, was. Zorasch Almanzir dit fchoone Circasftfche Meisje zag, moest zij, op Z«rneb's last, voor hem een Solo op dit rondend fpeeltuig geven. Aimanzir, alleen verrukt over de vlugheid, met welke hij de poesligfte armen zich zag bewegen, moest op Zerneb's vraag of het lied van den Nachtegaal weifchooner, dan het geluid van zijne trommel was , andwoorden 5

Sluiten