Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 17 )

ZEVENDE TOONEEL.

Een vaartuig nadert de rots, waarin de Zoon van Sophia en de uitvoerders der wraak van Golo. Het vaartuig houd flïl aan een inham, die naar den top des bergs geleid, dd Hertoginne ftspt 'er uit met haar zoon en klimt met hem mar boven, de foldaaten verWyderen zig, de zee word onfiuiming, de hemel donker, het weerligt fchittert, de donder laat zich van verre hooren, nadert en klattert geweldig; de cmtftuimige baaren flingeren het vaartuig tegen de rots, terwyl men de foldaaten hoort fchreeuwen, hetbreekt en word door 't water ingezwolgen, ondertusfchen bevind zich'de Hertogin op de hoogte der rots, met losgerukten haire , zy ligt op haare knieën en heeft de handen ten hemel ukgeltrekt, het onweer bedaart zonder echter geheel óp te houden; een flraal van ligt verligt weder de baaren , en toont van verre een ledig vaartuig op de golven , zy befluit om het gevaar der fchipbreuk te trótfeeren, zy neemt haar zoon aan de hand , gaat naar bcneeden en werpt zich met hem in het vaartuig, de zee voert het weg; het ontwykt -aan het gezicht, de golven leggen zich neder, het onweer dryftaf.

DER-

Sluiten