Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-i 25 )-

laaie* zijn. - Doch hoeveel tijds zou hiertoe nie« noodig zijn? Meestal houdt men zulke affchuuwlijke fehepzels der moeite niet waardig , hun te verb'teren, en laat hun, even als den menseneter in frankrijk, zoo fterven, als zij geleefd hebben.

Den Hemel zij dank, dat deze trap van verwildering niet zeer algemeen is, en dat 'er bij andere verbasterde menfchen , waarvan de gefcbiedenislen Kreken, altijd nog een overblijfzel overig was van de eerfte grondlesfn van zedenliikheid en godsdienst , welken hun in de vroegfte kindsheid waren ingeboezemd. Bij dezen beftaat de kunst, in die eerfte grondbeginzelen in hunne harten w.der te verleevendigen, - Een zqker kenteeken, dat zulk een mensch niet volftrekt onnerftelbaar is, vindt men, wanneer men flechts in ftaat is, hem een enkelen traan te doen ftonen. Traanen zijn voorboden van het gevoel, en eene zachter ftemming, des harten is hun zeker gevolg. Die weenen kan, is nog van die fijne vloeitlof niet beroofd, welke zooveel tot de verkracht onzer zenuwen , en derzelver gevoeligheid bijdraagt. Men fpaare derhalven geene moeite, zulk een veroordeelden tot traanen te brengen. — Nooit weenen woeste menfchen eerder , dan wanneer sr.en hun zicbzelveo in zulk eenen ftaat kan doen befchouwen, dat zij medel jden met zichzelven hebben. Mies moet bij hun onmiddellijk betrekking op hun zeiven hebben of men vermoeit zich daartoe"te vergeefse^ „ Gij zijt toch maar vojftcekt rampzalig-, fdus fpreke men met hun ) thands zijt Gij zonder eenigen vriend, zonaer eenigen troost;

B 5 nie'

Sluiten