Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niemand heeft medelijden met U; geen mensch er» benut zich uwer _ waarlijk Gij verdiende: wel medelijden _ Gij zijt zoo fnood nog niet , als de menfchen U veroordeelen-hadt Gij flechts één ééni«en, die zich in uwen droevigen toeftand met U bemoeien , U helpen wilde". Nu breekt 'er een ftraaltvan hoop door de ziel des ongelukkigen; hoop » eene zachte drift; 2ij„e eigenliefde wordt ge«e'd I en alIe vleierij heeft voor het menfchelijk . een flil genoegen. Dit genoegen , boe kleen,

^ Senng, verandert (och dgn ^ ^

geelden eenigzins , men zorge n„ > da[ ^ ~«« niet terftond bij hem te zeer in wil dringen ,

men niet fchijne hem te willen veranderen maar veeleer, dat hij zichzelf langzamerhand veria*.*; a?derS W°rdt menzu'ken Geneesheerenge. m , d,e hunne lijders met zooveele geneesmiddelen overlaaden , dat de natuur eindelijk zelve niets meer doen kan. _ m een vo.gend gefprek , laat men z,ch dus booren: „ Wat zal uw oude Vader

ZTul ~ ^ M°eder' Welke U 200 üef had, zal bet befterven. - Uwe Vriendillj _ uw

uwe Kaderen - uwe Vrouw? - hoeveel ge „

Alles We'eermeth-' daar en daarin Aires, wat hun de traanen [af kan perfen> ^

men wederom bij hun aan. _ EindeIijk daar

1T hGf°rVengrmiWZaam' wreei,'enonv ! *e*jk befchouwen , a,s zij gevoelen , zeiven te

Z , di6n h°°fde meesta' °P het «««.kbeeld

™ H*M in wanhoop geraaken, moet men vooral deze begrippen verzachten ; zoo min , als mo-

«e-

Sluiten