Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 54 V

het aanleereo. eener nieuwe taal, welke die ook zijn mag, (dus ook der Franfche-) indien dit leeren op de rechte wijs gefchiedt, aan de befchaaving des verftands altijd voordeelig zij; want, behalven dat men dikwerf geheel nieuwe denkbeelden verkrijgt heeft het dit voordeel, dat men eenige gefchriften -eest, tot welken men anders geene aanleiding zou gekregen hebben, en dus althands gelegenheid heeft om zich hoe langer zoo meer te befchaaven; en vooral, dat men zich op nieuwe en voorheen onbekende wijzen leert uitdrukken, ja , leert denken. Hk« taal heeft haare eigen touren , nuances, idiotis»t», enz. wanneer men dan eene vreemde leert, dan leert men ook zijne gedachten langs nieuwe wegen leiden , aaneenknopen , ontwikkelen , omwinden hetgeen het meest van allen toebrengt, om wel, gegrond, vruchtbaar en fierlijk te denken, en gevolglijk, te fpreken en te fchrijven.

Het zal, na deze aanmerkingen, niet noodig zijn op uw bewijs ten dezen opzichte, uit de ondervil ding ontleend, te blijven ftilftaan ; te minder, ^aar het, volgens aanm. 3, niet bijzonder veel ter zaake doet. Ook zou het vrij lastig en haateiijk zijn , bierop te andwoorden. Ik wil hier liever zwijgen het geen ik denk en zeggen kon, en mij, met uwe vergunning , wenden tot uw 11de bewijs. Dit zou ik , zo ik het anders wel begrepen heb, dus kunnen voorftellen : „ het Fransch leeren is belagchetyk en laag in eene fatzoenlijke jonge Juffer ; derhalven aftekcuren." Deze fluitreden treft fterker tegen den ftaat des gefghils, en werpt, zo bet mid-

den-

Sluiten