Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1'eht, dat hen aldaar omgeeft, altijd helder befchonwen ; die beglansde Seraphijnen eerbiedigen, in den mensch, een pronkwerk van de onbegrijpelijke almacht en zaligheid werkende wijsheid van Hem, die ook hun aan het niet ontwrongen heeft. Zulk 'eenSehepzel is de mensch , die in, het wisfelvallig gewest der fterflijkheid , zijne aanwezenheid leert gevoelen , om die, in een' verhevener ftand, eeuwig, op de zaligfte wijze, te genieten. Lucius! is mijne fchilderij te fïerk gekleurd ? Herroep uwe verftand el ij* ke vermogens; herroep uwe verfijnde gevoeligheid; laten die oprdeelen , en haare uitfpraak is, dat ik fieehts een fchaduwtrek van het Kind der Godheid , van de eeuwig voordbloeiende Paradijsbloem teekende. Maar, fia ook teffens uw oog op mijn verachting en afkeerwekkend voorwerp, op de ziel en ligchaam moordende dronkenrchap. In den geheelen zwarten rei der vernederende ondeugden, maakt haare afzichtelijke gedaante haar bij den eerften opflag kenbaar; de geheele menscheid fchaamt zich en treurt bij haare verfchijning, welke niets dan rampzaligheid verfpreidt. Goede God! welk eene vertooning! De Mensch , de Heer der aarde, de vreugd van God en Engelen, zwelgt moedwillig een betoverend gif in; een gif, dat hij zelf uit de edelfte zegeningen bereidt, en dat geheel zijne zedenlijke waarde vermoordt; hij rnkt met eigen hand bet merk der Godheid uit zijne ziel; hij vertrapt zijne vermogens, die door Engelen geëerbiedigd worden; hij doet zijn aanzijn aan vernietiging grenzen ; niets van den mensch is meer in hem overig, dan ontvlamde driften, welke

den

Sluiten