Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 73

vroeg een fieraad van zijn Vaderland, waagde zijn bloed voor recht en onfchuld , maar fnoode dronkenfchap heeft zijne glorie verzwolgen , en deedt hem het geheiligd bloed der weerloosheid met eigen handen plengen ! Marsius, die het geweld bedwong, die den dood trotzeerde, fterft als een booswicht, veracht, en als een verdwaalde betreurd, door het ftrafzwaard eens beuls lóLuciusl vergeef mijne langwijligheid ! Mijne gevoelige ziel bezefc het dreigend lot de$ dronkaards; verfchrikking en wroegende angst volgen zijne wankelende treden. Waar is zulk een ongelukkige, die van alle reden heroofd is, niet in ftaat toe ? Nooit is hij- veilig ; de ftem der natuur hoort hij niet ; liefde en vriendfchap zijn hem vreemd, ó Mijn Lüciub! kendet gij de folteringen, welke de ziel van uwe onfchuldige Echtgenoote verfcheuren ! Haare grievende fmart verteert haar leeven; gij houd haare fmeeking voor verwijten, haare traanen beleedigen U. Wat is haare misdaad ? Waarom veroordeelt gij die onfchuldige, die tederminnende Vrouw , tot een knaagend lijden ? Wat is de misdaad van uwe onnozele Kinderen ? Waarom veroordeelt gij hen tot fchande en verachting? Ik, mijn Vriend! ik was getuige van uwe verfchriklijke handelwijs ; dit doorgriefde mij de ziel , en drong mij deze waarfchuwing af. Ik zag TJ in den beklaagenswaardigften ftaat. Zie hier uw gedrag, dat ik flechts eenige oogenblikken bijwoonde. Denk niet dat ik het verzwaar.- neen,. L uc i us ! in de plechtigfteuuren, in de uuren des doods, durf ik elk woord met den krachtiglten eed bezegelen. Ik vond ü geheel E 5 bui"

Sluiten