Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft gezien. Althands ik, die niet gewoon ben te> veinzen, beu van dat gevoelen.

En wel bijzonder zij het mij vergund, eene reflec tic te maaken op hetgeen de welmeenende Schrijver als eene derde oorzaak opgeeft, waarom zoo weini> gen zich tot den Openbaaren Predikdienst voorbereiden ; zeggende, dat zulks te zoeken zij in de minachting, waarin de Predikanten van tijd tot tijd geraaken. Hoeveel , zegt de Schrijver , verfchilt de tijd, dien wij beleeven, van dien onzer Vaderen I Waar is die eerbied , dat ontzag , die toegenegenheid en liefde, welke ieder edeldenkende aan de bedienaaren des Euangeliums behoorde toetekennen? Wij ontkennen geenszins die treurige waarheid , maar moeten met fmart te kennen geven , hoe wij gelooven, dat niet zelden de Predikanten zelve oorzaaken zijn van die, voor het Christendom zoo fchaadelijke, minachting en onverfchilligheid , waarmede zij doorgaands behandeld worden. Hoe men toch voor een bedienaar van het heilig Euangelie mag vooringenomen zijn , men zal niet kunnen ontkennen, dat zeer veele hedendaagfche Predikanten een bedroefd figuur in de converfatie maaken, en terwijl zij, die het minst tot de converfatie gefchikt zijn, doorgaands de meefte kans daartoe hebben , zoo wordt al zeer dikwijls openbaar, hoe weinig waarde 'er menigmaal in den Predikant fleekt buiten den Predikftoel. Behalven dat de toenemende kennis en fmaak bij den Gemeenen Man in ons Land, mogelijk nog meer, dan wij denken, daartoe kan bijdragen , heeft ook de meerdere verlichting en ken-

Sluiten