Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een i gen. Gij zoudt ons reeds verlaten? — nimmer! Allen.

Nimmer! Nimmer!

Xotilaqua.

Hoort mij, mijne Broeders! en oordeelt dan! Nu ben ik reeds meer, dan tweemaal twintig jaaren, onder de eerften in uwe veldflagen geweest. Moedig, dit durve ik van mij zeiven te zeggen, heb ik den knods gezwaaid en den fpeer geworpen. Menig vijand is bloedig in het zand voor mijne voeten geftorven! "Vaak heb ik de rugge dsr fchandelijke Spanjaarden gezien. Onverwinnelijk waart Gij tot hiertoe onder mij, uwen hoofd-man.

Allen.

Blijf het nog lang!

Xotilaqua.

Dat kan ik niet, tenminften niet met eer. Ouderdom verdroogt deze zenuwen ; jaaren verzwakken 'deze aderen; mijne armen zidderen; mijne voeten ftruikelen; mijn gezicht heeft de helft zijner fterkte verloren ; mijn oor onderfcheidt den hoefflag der paar'den , en den gang der witte mannen , niet meer op den sfftand van 20 boog-fchotten, gelijk voorheen. Ook treft mijn vuist op het flagveld zoo niet, als voorheen. Gij zaagt den Spaanfchen bevelhebber voor mij knielen , en om zijn leeven fmeeken! Gij zaagt mijn opgeheven knods langs zijn hoofd nederzinkeu. Gij geloofdet, het was mededogen ; tkands beF 5 keu

Sluiten