Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—( 103

Zülk eene prikkeling wordt de vastheid des ligchaams ondermijnd, alle de deelen verllapt, de zinlijkheid uitermate vermeerderd , en de verbeelding onophoudlijk met wellustige beelden gevoed. Het zenuwgeftel is onbeftand zelfs tegen de geringfte zinneniijke indrultfelen; het nadenken wordt verzwakt^ het ontdipt den ongelukkigen elk oogenblik, en laat voor hem, na een kort oogenblik van genot, niet anders agter , dan eene eeuwigheid van rampzalige gewaarwordingen. Deze toeftand heeft op het ganfche gedrag, op alle gezellige aandoen!.]gen van den mensch eenen zichtbaaren invloed. Hij, die Zieklfjk is , bevind zich ook zeer zeker niet zoo wel gehumeurd, oneenpaariger en veranderlijker van gedrag , en geestelozer, dan de gezonde. — Het oog van den aandoenlijken ftort traanen bij het gezicht van elk lijdend diertje , zonder dat hij ze bedwingen kan; met eene overdreven inwendige fmart moet hij' den rampfpoedigen verlaten, zonder hem immer te kunnen trooften; hij zugt, la plaatfe van te heipen, en is , met alle zijne gevoeligheid, niet zelden wezenlijk onbermhartig, terwijl hij doorgaands te week is, om zich den nood van anderen met ernst te kunnen aantrekken.

Vraagt men, hoe zulk eene aandoenlijkheid, welke voornaamliik uit ligchaamiijke oorzaaken geboren wordt, het best kan genezen worden , de middelen daartoe zijn indedaad zeer moeilijk optegeven, hoezeer de genezing voor veele menfchen ten uiterften gewigtig zij. Immers, elke verandering van lucht, elke omftandigheid , welke hun niet dagelijks voorH * komt,

Sluiten