Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dige taal en oogwenken, haar zoo hartelijk en innemend voorkomen en houding gaat zeer ligtlijk van den een' tot den andet' over; men ijvert om ftrijd, om elkander' in leevendigheid en vuurigheid van gevoel te overtreffen, zonder dat men bemerkt, dat de een om des anderens wil een dwaas wordt. Vindt de aandoenlijke, in zijnen tederen en dweepachtig'en omgang, juist geene zodanige vrienden, als hij verlangt, dan vount hij zich ideaalen van Mannen en Vrouwen, met welken hij, zo wel in dit aardfche traanendal ', als eenmaal in eane andere waereld, die hem de aangenaamfte droomen verfchaft , gaarn wenschte, en zich waarlijk voorftelt, te zullen verkeeren. Met deze beelden is hij gemeenzaam, als of de pitrfoonen daadelijk beftonden; al het vuur zijner verbeelding is tot dat einde werkzaam; daaruit bereekent hij alles, wat vriendfchap heet; maar ook des te onverdraaglijker, des te koeler, des te gevoelloozer en wreeder komen hem de menfchen voor , zoals zij gewoonlijk zijn. Hij vindt in hunnen omgang geen het minfte voedzel voor zijnen geest. De waereld is bera overal te eng, te bepaald, te verbasterd, te verachtlijk. Alwie niet zoo aandoenlijk is, als hij , is in zijne oogen een jammerhartig wezen; "hij veracht eenen ieder in koelen moede , en de romaneske helden, welken zijne verbeelding fchept, gaan alle de daaglijkfche wezens, die hem omringen, oneindig ver te boven. Langs dezen weg, verliest niet alleen de waereld bij hem de waarde , welke zij wezenlijk bezit ; maar hij wordt volftreït ongefchikt, om zo wel de dienden, H 4 wel-

Sluiten