Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•K "5 )~

Wen? Is het niet een rampzalig vooroordeel, dat zulks met de eerbaarheid ftrijden zou ? — Waarom zijn ten minften de Moeders hierin geene allergefchiktfle leermeefteresfen voor haare huwbaare Dogters? Is het dan genoeg, haar in haar eerfte huwlijksjaar te zeggen: neem U in acht, mijn Kind! zonder te weten waarvoor , of een recht denkbeeld te hebben van hetgeen in haar eigen iigchaam omgaat ? Ik zegge hec ronduit, dat hierdoor de meefte onbekende kindermoorden gebeuren, en geheele menfchengeflachten verdelgd worden.

Ik erken, dat het zeer moeilijk is, van deze huuwlijkspligten zoo te fchrijven , dat het gene kuifche ooren kwetze, of eene wulpfche verbeelding prikkele. Ik beloove, nogthands, deze ftof zoo omzichtig te behandelen , dat de onfchuldigfte Jongling niet behoeve te bloozen, noch het eerbaarst Meisje de oogen nederteflaan. Strijdt het niet met de zedigheid, te weten , dit is een man, dien ik bemin, dien ik tot mijnen echtgenoot kieze; ftrijdt het niet met de zedigheid, in het huuwlijk te treden, en de eerfte vruchten eener kuifche liefde te fmaaken : nog veel minder ftrijdt het met deze deugd, zich van te voofen, ofwel in het eerfte jaar des huuwlijks, te laten onderrichten , omirend de gewichtige pligten der opkweeking eenes menschlijken fchepzels, hetwelk van de jonge Moeder voedzel, vorming, leeven, en neigingen aanneemt, en van haar tot een redenlijk en gezond mensch moet geboren worden. Het is veeleer fchandelijk nalatig; ja, waarlijk zondig, deze pligten uit eene, verkeerd geplaatfte, ontijdige, valfche fchaamte te verzwijgen.

Laat

Sluiten