Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 120 3—

vindt het teder fchepzeltje in het Moederlijk ligchaam des,zelfs graf: zoo gemaklijk fcheuren de zachte banden , waarmede het aan de inwendige deelen der Moeder hangt. Het lag nog geheel in deszelfs vliefen, die nog aan den navelflreng gehecht waren. In het hoofdje kon men gemaklijk mond, oogen en ooren ontdekken; den mond als een dwarsftreepje, de oogen als blaauwe flipjes, en de ooren als halve' maantjes. Maar hoe onbegrijplijk teder waren de handles en voetjes niet? Waar de vingers en teenen moesten komen , vertoonden zich flechts fijne draadjes , welken het ongewapend oog naauwlijks befcbou wen kon. - Zelfs kon men aan dit vruchtje het f>eflscht onderfcheiden.'

Heb ik nu de wonderen van 's menfchen ontwikkeUng tot uwe verwondering medegedeeld; met gelij1- verbaaziag zult Gij de wonderen zijner bewaaring in 't Voederlijk ligchaam aanhooren. Alle uwe voorzorg, om den kleenen bewooner van uw moederlijf voor befchaadiging le bewaaren, zou vruchtloos zijn, als de natuur zelve hem niet op het allerzorgvui'. digffe aan U verbonden, en in U beveiligd had. Hij ligt bii ü in een ligchaam, hetwelk van zeer fterke wanden voorzien, en van eene peerachtige gedaante is, de laarmoeder geheeten, hetgeen zich, op eei;e wonderbaare wijze, naar gelang van den groei des Kinds, uit kan zetten tot zulk eene grootte, dat bet zeer gemaklijk een voldragen Kind, met alles, wr.tbij hetzelve behoort, kan bevatten, en de zwaarte van negen tot tien ponden in zich kan befluiten, terwijl het, na de verlosfing, wederom tot zijne'

ge-

Sluiten