Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—(i» )—

Wanneer de goedertieren Schepper en Onderhouder des geheelais de zon over deze aarde laat opgaan , beftraalt zij met haaren weldadigen glans niet flechts de toppen der bergen , maar ook de dalen ; zij dringt tot in de diepfte fchuilhoeken der aarde door, om ook aldaar vreugd, blijdfchap, wellust, groei en bloei , in eene ruime maate uitteftorten. En waarom volgt de Mensch niet deze albezielende goedheid van God na , in de uitdeeling der kundigheden van verftandiger menfchen aan de min verftandigen en nog geheel onkundigen, in de afleiding des lichts uit de hooger gewesten der menschlijke wetenfchap tot de laager vlakten, ten einde daardoor s'menfchen geest te verlichten , hem ijver voor de deugd en een edeler beftaan inteblazen, en daardoor eene zuiverer , edeler , algemeener en duurzaamer geluk te dichten ? Hier en daar arbeiden gewislijk verlichtte , eerwaardige Vaders des Volks , edele, helderdenkende Mannen en ijverige Menfchenvrienden, om de nacht der onwetendheid te doen voorbijgaan , het Volk aan den doodlijken flaap , waarin het , zonder deszelfs gevaar te bezetten , jammerlijk nederligt , te ontrukken, en dus aan hetzelve die zaligheid, dat gevoel en genot wedertegeven , welk God voor den mensch be> reid heeft , voor hetwelk hij indedaad vatbaar is, en 't welk hem deze aarde , nog tegenwoordig , verfchaffen kan. Maar, alle deze bemoeijingen zijn Hechts de beginzelen van het werk , dat algemeen moest volvoerd worden, en geenszins de voleindiging i zij zijn de fchemering van den aanbrekenden K 4 dag.

Sluiten