Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C145)-

dezelve tot eene bekwaarne woonplaats, en een' voorraadfchunr der maatfchappije te doen dienen. Tot dit alles behoort kunde en oordeel, welwillendheid eh goedwilligheid , van welke de vaderlandsliefde zulk een voornaam gedeelte uitmaakt. Maar, hoe zal een ieder aan dit algemeene weldadig doel beiind woorden, ten zij hij vooraf geloove , dat zijne beftemming , zijn pligt zulks van hem vordert? Hoe zal de Adel zijne vermeende reqhten vaarwel zeggen , en zich met de overige leden der maatfchappije tot ditzelfde oogmerk vereenigen? Hoe zal de waardige Middelftand zijne banden op den duur even heilig blijven fchatten, zonder zich aan den eenen kant tot eene ingebeeldde , adelijke hoogte te verheffen , of zich tot eenen Iaager kring te vernederen? Hoe zal de geringe Burgerftand, thands nog aan de domheid gekeetend , zijne krachten en de geneugten van dit leeven aan de maatfchappij ten beste geven , zolang verachting en onderdrukking deszelfs loon is , zolang dezelve zich , door den godsdienst , geene vergoeding voor dat gemis bezorgen kan. Hoe zal ieder zich in zijnen ftand arbeidzaam, eerlijk, nuttig en goedwillig gedragen, zolang de godsdienst, en wel de beste leer des Euaugeliums, in haaren waaren aard nog niet behoorlijk gekend , noch geëerbiedigd wordt ;, zolang de edelfte , menschlievendfte daad , voor Heidenfche fchijndeugd, ja, voor blinkende zonde uitgekreten, haare verfchuldigde vereering mist ? Hoe zal men in dit alles eene werkzaamheid verwachten, geëven" jeedigd aan de algemeene welvaart, zolang niet het

men-

Sluiten