Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 155 )-

ten Mentor, meesterlijk weten nateklappen: dit alles bewijst maar al. te duidlijk, hoe weinig de openbaare inrichtingen voor de Jeugd gefchiKt zijn , om haar indedaad tot leidslieden van bekommerde gemoederen, tot handhaavers van het recht, tot herftellers van ligchaamlijke ellenden , en tot nuttige Burgers te vormen en te bekwaamen ; hoe ver dezelve dus nog verwijderd zijn van hetgeen zij kuilden en behoorden te wezen.

Ja, is het riet de in 't oog lopende ondervinding van de verregaande, daarbij plaats grijpende, gebreken, welke, onder den fatfoenlijken Burgerftand, de gewoonte heeft ingevoerd, van het onderwijs, en ook de geheele opkweeking, hunner Kinderen aan hunne eigen Wien te verbinden , en aan Gouverneurs, of Gouvernantes, te vertrouwen? En, hoezeer men niet kan ontkennen, dat, langs dezen weg, het gebrekig onderwijs , althands in de voorbereidende kundigheden, doorgaands aanmerklijk vergoed wordt, is het echter, aan den anderen kant, proefondervindlijk zeker, dat ook deze inftelling , over het geheel genomen, geenzins die weldadige gevolgen heeft, welken men anderszins daarvan verwachten moge : het zij de fchuld daarvan ligge , of bij de genoemde Onderwijzers zeiven , die veelal de uoodige uitgebreidde kundigheden tot zulk eene gewigtige taak, of dat deelnemend en warm hart griffen , welk daartoe noodwendig vereischt wordt, of bij de Ouders, als die veel maaien te kort fchieteu in die achting en eerbied, welke alleen in ftaat zijn, derzelver gezag en isvloed op het jeugdig hart naas-

Sluiten