Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tardin , de traage t en Abdal, van wien zijn leevensbefchrijver zegt , dat hij het vuur der jeugd, met mannenkracht en grijze wijsheid vereenigd, bezat ; deze drie Zoonen kwamen naar Sefan, waar de Wijzen hun landverblijf hadden , om zich aan derzelver Koningsproeven te onderwerpen. Ieder' werd , bij zijne aankomst , een afzonderlijk verblijf aangewezen , en een ervaren man tot gezelfchap , nevens eenen knecht tot bediening , toegevoegd , terwijl nog aan elk de beeldtenis van zijnen Vader, in glas kunftig gefneden , ten gefchenke gegeven werd.

Met het aanbreken van den volgenden dag, werden zij in de vergadering van den heiligen Raad gebragt, en door Allin, de eerwaardige Oudfte en Spreker der Vergadering, aldus begroet: „ Zoonen des edelften Vaders ! zijn geest leeve in U ; zijn voorbeeld prikkele U , en uwe deugd inaake U eens zijner waardig ! — Slechts aan één van U kunnen wij zijne Kroon overgeven ; doch heil TJ en uw Vaderland , zo wij TJ elk dezelve waardig oordeelden. — Strijdt onderling om dien prijs, doch zonder nijd of wangunst; want allen zijt Gij Kinders van éénen , en wel den beften Vader. — Of dat wrj U zeiven de keuze eens overlieten?"

„Neemt Gij dan," andwoordde Abdal , „ Huss in tot uwen Koning! Hij is van ons de oudfle : zijn oog is helder voor de waarheid, zijn oor zuiver, en fcherp voor hec recht."

„Neen, bij A bid ah! neen:" fprak daarop Hüssin, „Gij handelt grootmoedig, Abdal, maar

•n-

Sluiten