Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

~C 2l6 )-

heden! Tot welke eene vruchtbaare rijpheid moeten de zaaden van welwillendheid zich niet in het hart des Jongelings ontwikkeld hebben , voor wien diè edele waarheden, van de eeifh Kindsheid af, aanfchouwlijk gemaakt werden ! Geen meii'sth immers kan grootfcher gedachten koefleren , kan zich een edeler doel voordelen, dan langzaamerhand te na-, deren tot de gelijkvormigheid van God, het eenig voorbeeld van alle volmaaktheid, wiens wezen wijze liefde is ?

5.) De Godsdienst biedt ons nog fterlter drijfveer tot menschlievendheid aan, in deszelfs leering vatt de onfterflijkheid der ziel , en de zekerheid van eene toekomende belooning. Wanneer de bewustheid van menschlievende oogmerken en daaden voor eeuwig de rijkfre bron van zaligheid voor mijnen geest zal zijn ; wanneer eene eeuwige vergelding, aan gene zijde des grafs, den' menfehenvriend, die veel voor zijne Broeders deed en leed , opwacht ; Wanneer aldaar de zekere fchaavergoeding voor alle zelfverzaaking en opoffering te wachten ftaat ; zou dan mijne welwillendheid niet geheel ontvlammen , en met haar vuur alle mijne daaden bezielen ?

Dezen zijn de algemeenfte en flerkfte drijfveeren tot menschlievendheid , die in onze natuur liggen. In de opgegeven orde ontwikkelen zij zich tegelijk met de ontwikkeling van 's menfchen verftand en hart; en fchoon zij, bij bijzondere perzoonen, dan eens krachtiger , dan eens zwakker, dan eens eenpaarig,, dan weder afzonderlijk, werken mogen; nog-

thands

Sluiten