Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

y—C 220 )—

eer verachting en moedwilligheid, dan menschlievende welwillendheid, in de harten van zulke Kinderen je. gens hunne, minder aanzienlijke, medemenfchen geboren worden ?

5-) De Ouders geven hun dikwijls al vroeg verkeerde en overdreven denkbeelden van hunnen rijkdom , waardoor de Kinderen de wezenlijke waardij van menfchen,noch van zaaken .recht leeren kennen. Welhaast moeten zij in het begrip komen , da: hec geld het equivalent van alle deugden en verdienften is, pul elk, rondom hun, zich het meest om geld en goed beijvert, en niemand zich de moeite geeft , hunne denkbeelden daaromtrend ce wijzigen , en hun den rijkdom behoorlijk te leeren fehatcen. Vroeg genoeg zeiven ziende, dat het geld een algemeen middel is , om zich de voldoening der meefte wenfchen te verfchaffen, en, van jongs af, de hoop inzuigende , dat zij eens zeker in het ongefioord bezit van dit middel zullen geraaken , zouden zij dan menfchen zoeken te beminnen en te verplichten , wier dienst zij eens zoo gemaklijk zullen kunnen kopen *

6\) De Otiders en Opvoeders maaken gemeenlijk, bij zulke Kinderen, de baatzuchtige driften van eerzucht, nijd , eigenbaat en dergelijken, veel meer gaande , dan de neigingen tot menfchenmin , edelmoedigheid , en dienstvaardigheid. Zulke hevige driften, eens recht ontvlamd zijnde, verwoesten, op eene dubbele wijze, alle zaaden van menfchenliefde, en van de, daaraan verwandte, neigingen, door haar gedeeltelijk volftrekt tegeatewerken , et) gedeeltelijk

al-

Sluiten