Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C «22 )—

tot eene heerfchende drift aangeprikkeld , in de ziel eens Staa»mans of Veldheers, geene bron van naamlooze rampen voor geheele Volken geworden! Hoe gelukkig maakte daarentegen hec welwillend hart van eenen Hen rik IV. zichzelven en geheel Frankrijk niet ! — Hoe zou eindelijk een eerzuchtig hart, door mislukte uitzichten gekrenkt , door de benijdde grootheid eens mededingers verbitterd, vatbaar kunnen blijven voor de zachte en cedere gevoelens van menfchelijkheid !

7.) ^e Kinderen van aanzien leeren niet , of ten minden niet op de rechte wijze , de ongelukkigen onder hunne medemenfchen kennen. Zij mogen daarvan wat hooren of lezen , maar het eigen aanfchouwen werkt eigenlijk alleen op de gevoelens eu neigingen des medelijdens en der menfchenliefde. Hoe zouden zij toch van menfchelijk gevoel doordrongen en tot weldaadige hatedelingen opgewekt worden, zoolang men hun de voorwerpen daartoe en derzelver behoeften niet onmiddelbaar aantoont. Meestal ontbreekt hun de gelegenheid, hunne gevoelens tot daaden te brengen , en derzelver aangenaame vruchten werklijk inteoogfïen , om daardoor verlangen naar gelijkzoortig zedenlijk genoegen in hunne harten te kunnen krijgen. Ik ken nog geen voorbeeld, dat een Kind, alleen door eene fchriftelijke of mondelijke befchrijving van de ellende zijner medemenfcken, tot werklijke daaden van menschlievendheid aangefpoord heeft kunnen w«rden , wijl het eigen ondervinding en oefening zijn , die in ons leevendige gevoelens en duurzaame neigingen

voord

Sluiten