Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— C 260 ) —

dus eene billijke aanfpraak heeft op dezelfde rechten , dezelfde genoegens , welken anderen , ieder naar zijne omftandigheden, genieten kunnen. Zoolang, derhalven , het begrip der onverlichte menigte bij Kerkenraaden en Confifrorien; op den duur gevolgd, en een fimelaar, wiens éénige verdienften in het geweldig uitvaren tegen nieuwigheden in de leer, en' modes'm dekleederdragt of opfchik , beftaan , en wiens verkeering zich voornaamlijk tot oude vrijers en vrijfters bepaalt, aan een verftandig man wordt voorgetrokken , dje, volgens den Apostel , de waereld gebruikt , als niet misbruikende , en der burgerlijke deugd bij ver den voorrang geeft boven een theologisch gefchil: zoolang dit , en andere diergelijke zaaken plaats grijpen, zooals helaas! maar al te dikwerf gefchiedt, dan blijft het volftrekt ijdel, zich te vleien, dat de aanzienlijke Burgerftand immer zal toetreden , om een' gebrek te helpen vervullen, waarover, in verfcheiden landen , zoozeer geklaagd wordt; een gebrek , dat zijnen oorfprong voornaamlijk aan de tegenwoordige verlichting der waereld verfchuldigd is , daar men thands , in eenen openbaaren Leeraar, een gansch ander man vordert, dan in voorige dagen , toen een Geestlijke, overeenkomftig den geest des ouden Monnikendoms, een, van alle andere menfchen onderfcheiden, perfoon moest wezen , wiens godgeleerde kennis en ijver ligtlijk het gebrek van alle andere hoedanigheden vergoedde , welke eigenlijk den echten Leeraar alleen kunnen vormen. Gelukkig indedaad, dat een overblijffel van godsdienftigheid den minderen Burgerftand tot dusver

nog

Sluiten