Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—( 20*2 )—

wederftreeven , dat het predikambt als een ambagt geleerd en beoefend wordt? — Hoogstwenfchelijk blijft het, derhalven, dat de aandacht van Regenten en Kerklijke Collegieën zich eenmaal tot alle deze dingen zal bepaalen , om het hoog gewigtig en eerwaardig ambt van den Leeraar in zijne juiste waarde te herflellen, vermids hetzelve alsdan , en niet eerder, aan zijn voortrefiijk einde zal kunnen bea'ndwoorden. Bovenal, en dit is de laatfte be. denking, welke wij thands over het Predikwezen zullen mededeelen, zij aan derzelver toezicht bevolen het gedrag der ftudeerende Jeugd op de Akademieën. Hoe zal toch de Leeraar immer eenen wezenlijken invloed maaken op het hart en geluk der menfchen , van wiens Akademifche jeugd men allerleie buitenfpoorigheden ronddraagt, tegen welken hij , als Predikant , hevig zal uitvaren, en dikwerf juist zooveel te heviger , naarmaate hij zelf fterker geligtmisd heeft. Men moge dit verontfchuldïgen met het gewoone zeggen , dac de mantel en bef hem weldraa tot bedaardheid brengen. Voor het uiterlüke, wij erkennen het, kan dit zoo fchijnen: maar het behoeft geen bewijs, dat dit uitwendig tooifel geenszins het hart verandert , en wij meenen , in tegendeel , op goede gronden , te kunnen beweeren , dat de Jongeling , die zich , in zijn Akademie - leeven, aan geftadige buitenfpoorigheden , van welken aard ook , heeft fchuldig gemaakt, door den-tijd volftrekt ongefchikc is, om de gewigtigüe pligten van zijn toekomend eerwaar-

Sluiten