Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- -C 28S )-

Men meent, in de fpraak van de Indiaanen, dié in Aftrakan woonen , eenige overeenkomst befpeurd te hebben tusfchen de fpraak der oude Heidenen (*). Ik zal tot befluit hier eenige woorden van deze Indiaanen en hunne wijze van tellen opgeven.

i Ik, 2 Du, 3Trei, 4Tfchuar, 5 Pansh, (STfchi, 7Sattie, 8 Atsch, 9 Nau, 10 Da, n Jora, 12 Boraj 13 Tera, 14 Tfchoda, 15 Pandera, 16 Sola, 17 Sétara, 18 Atara, 19 Unwi, 20 Bis, 2ilkwi, 22 Baabi, 30 Tri, 40 Tfchaali, 50 Pandfha, 60 Tfast, 70 Sater, 80 Asfi, 90 No wé, 99 Wedanwé, 100 Sau, 200 Dofai, 1000 Safaar.

God Takur, Mensch Aadmi, Moeder Maa, Maa Pue, Jonge Baal, enz.

(*) Een:ge overeenkomst heeft dezelve zeker met zommige Griekfche woorden, gelijk men uit de verder optegeven getalnaamcn zien kan. De 2, bij dezen Du, is immers het Griekfche è\o j de 3 Trci is niet anders, als het tje;; bij de Grieken, en het Pan/A verfchilt zoo zeer van jj-svts niet. Dan, men heeft te weinig kennis van de Batijaanfche taal, om veel over derzelver aard te kunnen zeggen.

VIII.

Sluiten