Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 296 )—

Jen tot ondraaglijke Echtgenooten , ,(norrige vaders onbekwaam Opvoeders, moedelooze en v -rde Ambrenaaren; in eén woord> ^ ^™

- welken ftaat of beroep ook geplaatst vol' «rekt ongefchiU 2I>, 0B iet gf0ü * P S V vnjrnoedigs te deRken en , ^'«

«ood.-.geM.nnen aanzienlijk waardigheden ; Z ^ voorti ze,ven Regenten, nimmer zullen de waar verdoften in haar waare te„ voorfcbi JT

"Mn, de fhmme hovelingen zullen hun wantrouwen «oor duizenderieiö kunargreepen en kabaaien, weten gaande te houden, en aantevuuren, en de Rezal , eindelijk , zonder dat hij het bemerkt, Heden volgen, welken hij zelf wantrouwt.

Het Iaat zich gemaklijk verklaaren , dat Mannen, die gewoon zijn , in eenen uitgebreidden kring te werken , die uit hunnen eigen aard, zoals de meeste Grooten, goedhartig zijn, en die zich, uit hoofde van de menigte hunner bezigheden en vermaakten , op veele menfchen verlaten moeten, welken zij niet kennen; het laat zich, zeggen wij, zeer -gemaklijk verklaaren, dat de zoodanigen veel meer, dnn anderen , bedrogen worden. Overal hooren zij fpreken van de grootfte achting voor hunn' perfoon, van de oprecht?* genegenheid, om hen te dienen, van de onderdaanigfte gehoorzaamheid en onderwerping, van de aHerfterkfle verplichting, om hun belang met hart en ziel re bevorderen, zoo zelfs, dat een ieder bijkans even gereed is, om zijn leeven

voor hen opieofferen: maar eerst naderhand, ziet

de goedhartige man van aanzien, dat hij jammerlijk

ba.

Sluiten