Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 314 )-

10.) Verbindt hiermede de aanfchoumng der fchoone Natuur. Kan iets hec hart tot zachte en welwillende aandoeningen ftemmen, ongetwijfeld is het de indruk van een bekoorlijk lente - tooneel , waarop de geheele natuur welvaart en vreugd ademt. Maakt van zulke oogenblikken , waarin het hart zich zoo eigenaardig voor medegewaarwordende gevoelens opent , een verftandig gebruik , en verfterkt de , daarvan bekomen, indrukken door redenlijke over. denkingen van de onuitfpreeklijke liefde der Godheid, waaraan millioenen gevoelige wezen* hun vrolijk aanzijn, en de milde vervulling hunner behoeften , te danken hebben.

Hoe werkzaam dit en de middelen, in het voorige artikel opgegeven , zijn mogen , om waare menfchenliefde te verwekken , wanneer zij verftan. dig worden aangevoerd, nogthands ziet elk gemaklijk, dat zij flechts gewaarwordingen, doch geene neigingen, of duurzaamegezindheden, kunnen voordbrengen. In verband met de overige middelen werken zij eersr, recht heilzaam, wanneer zij aan het hart die algemeene, gelukkige ftemming geven , welke hetzelve gereed maakt voor elke werkzaame uitoefening van dat menschlievend gevoel.

11.) Maakt in hen toch de baatzuchtige driften van eerzucht , nijd, gramfchap, wraakzucht, eigenbelang , gierigheid, enz. vooral niet gaande ; zij allen verdooven meestal de zachter gewaarwordingen van medelijden, grootmoedigheid en menfchenliefde. — Hebzucht en eigenbelang kunnen alleen in bekrompen harten wooaen , en laten geene plaats voor algemeene welwillende

Sluiten