Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

~C 335 )~

verlichting, Behoeften , en onderfteuning van de g«. ringlle leden der maatfchappij vaderlijk te zorgen.

Zoolang men nog zoo veele reden tot klachten over het Schoolwezen ten platten lande en bij de Diaconien, en over den jammerlijken Haat van het Predikwezen vindt, als wij onder artikel 2 en 3 dezer verhandeling hebben aangewezen , zoo lang kunnen de beftuurende leden der maatfchappij zich op zulk eene kennis van der menfchen waarde niet beroémen, of toonen , ten rainten, dat die kennis zich bi) hen nog niet in beoefening heeft laten brengen. Zoolang men de gezondheid des landmans, en des geringen burgers, nog over kan laten aan onkundige Dorpchirurgijns , en marktdoctoren ; zoolang men de bevolking van den ftaat, de geboorte van nieuwe waereldburgers , van Gods edelfte Schepzelen toevertrouwt aan Vrouwen , welke meestal van dé ontleedkundige zamenftelling des menfehelijken lig. chaams of geheel geen, of een zeer gebrekig denkbeeld hebben; zoo lang men voor dezen geen beter gefchikt openlijk onderwijs, geen ftrenger tnen, geen naauwer verandwoording voor haare misgrepen inricht, zoo lang fchijnt men immers weinig belang in de menfchen te ftellen. Waaraan zou het toch anders te wijten kunnen zijn , als aan een zeer gebrekig denkbeeld van de waarde en het geluk van den mensch, dat men zich de poogingen van enkele weldenkende perfoonen , of de iverkzaamheid van geheele maatfchappijen van edeler menfchen. vrienden, niet als gewichtige Hukken van hec ffe» beftuur aantrekt? Men laat hec heilzaam middel te-

gen

Sluiten