is toegevoegd aan uw favorieten.

Droom van een' poëet.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DROOM

VAN EEN'

POËET.

N a dat de flaap, gisteren avond, myne oogen had bevangen, had ik het volgende gezicht: Ik verbeeldde my op den Parnas te zyn; het was aldaar kennis; eeii tal Hansworsten waren dapper in de weer: terwyl ik aandachtig op alles flond te kyken, hoorde ik een vreeslyk gefchreeuw vai alle kanten : Hier hebt gy van Meiasta/io, Belhy, en Voltaire' anderen riepen weêr : koopt wat, van CriblitIon! enz. op 't oogenblik veifcheen 'er een vrouwsperloon, prachtig uitgedost, doch, van naby befchouwd , was zy kaal in de kleêren; rook geweldig nnar Oranjewater, en had een krans Oranjeappelen om het lyf; zy werd geleid van een kort en dik mannetje, in den fmaak van een Chineefchen Pagode, en verzeld van achtbaare perfonaadjen; dit vrouwebeeld liep driftig naar alle de fchrecuwende kramers ; roofde van ieder een lap of brok , plakkende dezelven op een fchorteldoek; hechtte dat aan een* bezemftok , in den fmaak van een vaandel in een belegering, en Hak het in de hoogte: toen ging 'er een algemeen gejuich op, en alle de Hansworsten , en negen Heeren, bene» vens het mannetje, gaven blyken van ten o gemeen genoegen. Ik, dit flechts in de verte kunnende befchonwen, en niet weetende wat hiervan te denken, vrotg aan een' grysaart, die een verftSndig man fcheeu, wat toch dit te be-